Startpagina Fotogalerij   Info   Zoeken   Halle-Vilvoorde  
  Notities van mijn vader
  Nota's van mijn vader


Bulgaren tegen de vergrijzing

24.04.2007 11.48u - Een bericht in het Duitse Handelsblatt: ’120.000 IT-jobs staan op de tocht.’
Volgens een studie van het consulentenbureau A.T. Kearney zullen tegen 2011 120.000 banen sneuvelen in de informatica-afdelingen van de Duitse concerns.
Een verrassing is dat niet. Mensen worden vervangen door computers, die routinetaken sneller en feillozer vervullen. En voor de taken die een menselijke tussenkomst vergen doen de bedrijven steeds vaker een beroep op ‘outsourcing’. Dat schept toch ook weer banen?
Zeker, maar niet noodzakelijk in het land zelf. De meeste routineklussen worden uitbesteed aan lagelonenlanden. Het voorbeeld van India is welbekend.
Informatica is geen ouderwetse bedrijfstak, zoals de automobielindustrie, of de tapijtweverij. We hebben het hier over de parel van de postmoderne economie. Een groeipool zoals er geen tweede bestaat. En groei betekent banen, nietwaar? Neen, dat is een misvatting. Dat weten de politici al langer dan vandaag. En wat doen ze? Ze beloven banen, banen en nog eens banen. Nicholas Sarkozy zal, indien tot president verkozen, alle Fransen een baan bezorgen. Verhofstadt heeft zijn 200.000 banen nog maar eens afgestoft. Vandelanotte doet er nog zestigduizend bovenop. Wie biedt er meer?
Het is boerenbedrog en volksverlakkerij. De enige banen die de overheid kan scheppen zijn overheidsbanen. In Wallonië is men daar, onder vernuftig socialistisch bewind, heel bedreven in. Bijna veertig procent van de beroepsbevolking werkt daar in overheidsdienst, tegenover 25 procent in Vlaanderen. Het rechtgeaarde socialisme verzorgt zijn cliënteel van de wieg tot het graf, maar veel groei levert dat niet op.
Het zijn de bedrijven die voor groei zorgen. En daar kan de overheid niet één baan scheppen. Ze kan niet eens de ‘herstructureringen’ verhinderen die de multinationals geregeld doorvoeren – cfr de ontmanteling van de automobielindustrie in Vlaanderen.
Maar wat betekent groei? Voor een manager van een beursgenoteerd bedrijf betekent groei niets anders dan winst. En winst wordt niet enkel gerealiseerd door een stijgende omzet. Nog winstgevender zijn de besparingen. En die gaan immer en altijd ten koste van de werknemers. Wie de beurs een beetje volgt, weet dat massale ontslagen bijna automatisch door de beleggers worden beloond
Naar aanleiding van het bericht in het Handelsblatt heb ik een paar werkjes van Viviane Forrester van de boekenplank gehaald. Deze keurige Parijse dame, van onbesproken progressieve signatuur, betoogt in ‘L’horreur économique’ (1996) en ‘La dictature du profit’
(2000) dat er gewoon geen werk meer is voor iedereen. Zelfs als men tijdelijke, deeltijdse en nepbanen bij de overheid meetelt, - de nieuwste creatie terzake is die van ‘diversiteitsmanager’ - blijft nog altijd meer dan tien procent van de beroepsbevolking in de kou staan. Waarom? Omdat indien de tewerkstelling afhangt van de groei, en de groei van het concurrentievermogen, en het concurrentievermogen nog het felst wordt aangewakkerd door ontslagen, men tot de absurde conclusie komt: ‘om de werkloosheid te bestrijden kan men best werknemers ontslaan.’
Het betoog van de antikapitalistische en antiglobalistische Forrester komt uiteindelijk neer
op een pleidooi voor het loslaten van de arbeidsethiek, en de algemene invoering van een leefloon. Een utopische verzuchting, uiteraard.

Wat kan een overheid dan wel doen?
Om te beginnen zou men het verhaal van de arbeidsmigratie naar sprookjesland kunnen verwijzen. We hebben migranten nodig om de vergrijzing te betalen, zo luidt de stelregel van de politiek correcte econoom. Derhalve voeren we al veertig jaar, in onze kennismaatschappij, migranten in, hoofdzakelijk uit moslimlanden, waarvan veertig procent, wegens laag- of ongeschoold, nooit aan de bak komen, en die zelf ook even snel vergrijzen als elke autochtoon. Veel groei valt van die zijde niet te verwachten.
Toch zagen we een maand geleden nog maar een keer, in alle dagbladen, de welbekende kop verschijnen: ‘Immigranten houden vergrijzing betaalbaar.’ Je houdt het niet voor mogelijk, was mijn eerste reactie. Lectuur van het persbericht, afkomstig van de studiedienst van Dexia deed mij letterlijk van de ene verbazing in de andere vallen. Volgens de bankiers hebben we niet 17000 immigranten per jaar nodig, zoals de Hoge Raad voor de Financiën had berekend, maar een instroom van 40.000 à 50.000 personen, onder meer uit Centraal- en Oost-Europa. Men stelde zijn hoop onder meer op Roemeense en Bulgaarse mankracht, die later wellicht zou worden versterkt door werkwilligen uit Oekraïne, Rusland en ‘Joegoslavië’ (sic), met als gevolg een welhaast onstuitbare economische expansie.
Daar dagbladen doorgeefluiken zijn geworden die de mededelingen van
instanties van enig gewicht zonder verder omhaal afdrukken, verzuimden zowel De Standaard als De Morgen de toch wel onthutsende prognose van Dexia van enig commentaar of vraagteken te voorzien. Als doorgeefluik bleek De Standaard overigens niet geheel betrouwbaar te zijn, want de Oosteuropeanen, waarop Dexia zijn hoop en betrouwen stelt, zijn in deze krant weggegomd, zodat de lezer die slechts deze ene krant raadpleegt; in de waan verkeert dat het economische heil ons, overeenkomstig de thans overheersende immigratiepatronen, uit de Maghreb en Turkije zal komen aanvloeien.
Een paar voor de hand liggende vragen blijven in onze persorganen onbeantwoord. Kunnen de taken waarvoor men thans Bulgaren en Roemenen wil aantrekken, niet vervuld worden door de vele honderdduizenden werklozen die hier van een uitkering en later van een pensioen genieten en waaronder zich een hoog aantal migranten bevindt? Want ik neem aan dat die Bulgaren etc. niet echt de kenniswerkers zijn die in een hoogtechnologische samenleving aanzienlijke meerwaarden kunnen creëren.

Zo kom ik weer uit waar ik begon, bij het Handelsblatt en zijn ontnuchterend bericht. Er verdwijnen wel veel routinebanen in de IT-sector, nuanceert het blad, maar tegelijk stijgt de behoefte aan hoogwaardige werkzaamheden.
En daar vind je niet altijd het geschikte personeel voor. Want ‘de hogescholen kunnen met de opleiding van zulke vaklieden niet volgen.’
En wij maar bouwvakkers en bandwerkers invoeren.
Vandaar de tweede voor de hand liggende vraag: wordt het niet eindelijk tijd om de arbeidsmigratie te reguleren, en ze af te stemmen op de reële behoeften? En is er geen nijpende behoefte aan een stringent algemeen migratiebeleid, eveneens afgestemd op de behoeften van het gastland én op zijn opnamecapaciteit?

Jos De Man


25.08.2008 .......  Patrick verzet de bakens
06.06.2008 .......  Veilig Nederland
30.05.2008 .......  Campagne
29.03.2008 .......  De stralende toekomst van Darfoer
27.03.2008 .......  Provocatie
02.02.2008 .......  Spijt

 Archief


Bulgaren tegen de vergrijzing

02.02.2008 17.35u - Een bericht in het Duitse Handelsblatt: ’120.000 IT-jobs staan op de tocht.’
Volgens een studie van het consulentenbureau A.T. Kearney zullen tegen 2011 120.000 banen sneuvelen in de informatica-afdelingen van de Duitse concerns.
Een verrassing is dat niet. Mensen worden vervangen door computers, die routinetaken sneller en feillozer vervullen. En voor de taken die een menselijke tussenkomst vergen doen de bedrijven steeds vaker een beroep op ‘outsourcing’. Dat schept toch ook weer banen?
Zeker, maar niet noodzakelijk in het land zelf. De meeste routineklussen worden uitbesteed aan lagelonenlanden. Het voorbeeld van India is welbekend.
Informatica is geen ouderwetse bedrijfstak, zoals de automobielindustrie, of de tapijtweverij. We hebben het hier over de parel van de postmoderne economie. Een groeipool zoals er geen tweede bestaat. En groei betekent banen, nietwaar? Neen, dat is een misvatting. Dat weten de politici al langer dan vandaag. En wat doen ze? Ze beloven banen, banen en nog eens banen. Nicholas Sarkozy zal, indien tot president verkozen, alle Fransen een baan bezorgen. Verhofstadt heeft zijn 200.000 banen nog maar eens afgestoft. Vandelanotte doet er nog zestigduizend bovenop. Wie biedt er meer?
Het is boerenbedrog en volksverlakkerij. De enige banen die de overheid kan scheppen zijn overheidsbanen. In Wallonië is men daar, onder vernuftig socialistisch bewind, heel bedreven in. Bijna veertig procent van de beroepsbevolking werkt daar in overheidsdienst, tegenover 25 procent in Vlaanderen. Het rechtgeaarde socialisme verzorgt zijn cliënteel van de wieg tot het graf, maar veel groei levert dat niet op.
Het zijn de bedrijven die voor groei zorgen. En daar kan de overheid niet één baan scheppen. Ze kan niet eens de ‘herstructureringen’ verhinderen die de multinationals geregeld doorvoeren – cfr de ontmanteling van de automobielindustrie in Vlaanderen.
Maar wat betekent groei? Voor een manager van een beursgenoteerd bedrijf betekent groei niets anders dan winst. En winst wordt niet enkel gerealiseerd door een stijgende omzet. Nog winstgevender zijn de besparingen. En die gaan immer en altijd ten koste van de werknemers. Wie de beurs een beetje volgt, weet dat massale ontslagen bijna automatisch door de beleggers worden beloond
Naar aanleiding van het bericht in het Handelsblatt heb ik een paar werkjes van Viviane Forrester van de boekenplank gehaald. Deze keurige Parijse dame, van onbesproken progressieve signatuur, betoogt in ‘L’horreur économique’ (1996) en ‘La dictature du profit’
(2000) dat er gewoon geen werk meer is voor iedereen. Zelfs als men tijdelijke, deeltijdse en nepbanen bij de overheid meetelt, - de nieuwste creatie terzake is die van ‘diversiteitsmanager’ - blijft nog altijd meer dan tien procent van de beroepsbevolking in de kou staan. Waarom? Omdat indien de tewerkstelling afhangt van de groei, en de groei van het concurrentievermogen, en het concurrentievermogen nog het felst wordt aangewakkerd door ontslagen, men tot de absurde conclusie komt: ‘om de werkloosheid te bestrijden kan men best werknemers ontslaan.’
Het betoog van de antikapitalistische en antiglobalistische Forrester komt uiteindelijk neer
op een pleidooi voor het loslaten van de arbeidsethiek, en de algemene invoering van een leefloon. Een utopische verzuchting, uiteraard.

Wat kan een overheid dan wel doen?
Om te beginnen zou men het verhaal van de arbeidsmigratie naar sprookjesland kunnen verwijzen. We hebben migranten nodig om de vergrijzing te betalen, zo luidt de stelregel van de politiek correcte econoom. Derhalve voeren we al veertig jaar, in onze kennismaatschappij, migranten in, hoofdzakelijk uit moslimlanden, waarvan veertig procent, wegens laag- of ongeschoold, nooit aan de bak komen, en die zelf ook even snel vergrijzen als elke autochtoon. Veel groei valt van die zijde niet te verwachten.
Toch zagen we een maand geleden nog maar een keer, in alle dagbladen, de welbekende kop verschijnen: ‘Immigranten houden vergrijzing betaalbaar.’ Je houdt het niet voor mogelijk, was mijn eerste reactie. Lectuur van het persbericht, afkomstig van de studiedienst van Dexia deed mij letterlijk van de ene verbazing in de andere vallen. Volgens de bankiers hebben we niet 17000 immigranten per jaar nodig, zoals de Hoge Raad voor de Financiën had berekend, maar een instroom van 40.000 à 50.000 personen, onder meer uit Centraal- en Oost-Europa. Men stelde zijn hoop onder meer op Roemeense en Bulgaarse mankracht, die later wellicht zou worden versterkt door werkwilligen uit Oekraïne, Rusland en ‘Joegoslavië’ (sic), met als gevolg een welhaast onstuitbare economische expansie.
Daar dagbladen doorgeefluiken zijn geworden die de mededelingen van
instanties van enig gewicht zonder verder omhaal afdrukken, verzuimden zowel De Standaard als De Morgen de toch wel onthutsende prognose van Dexia van enig commentaar of vraagteken te voorzien. Als doorgeefluik bleek De Standaard overigens niet geheel betrouwbaar te zijn, want de Oosteuropeanen, waarop Dexia zijn hoop en betrouwen stelt, zijn in deze krant weggegomd, zodat de lezer die slechts deze ene krant raadpleegt; in de waan verkeert dat het economische heil ons, overeenkomstig de thans overheersende immigratiepatronen, uit de Maghreb en Turkije zal komen aanvloeien.
Een paar voor de hand liggende vragen blijven in onze persorganen onbeantwoord. Kunnen de taken waarvoor men thans Bulgaren en Roemenen wil aantrekken, niet vervuld worden door de vele honderdduizenden werklozen die hier van een uitkering en later van een pensioen genieten en waaronder zich een hoog aantal migranten bevindt? Want ik neem aan dat die Bulgaren etc. niet echt de kenniswerkers zijn die in een hoogtechnologische samenleving aanzienlijke meerwaarden kunnen creëren.

Zo kom ik weer uit waar ik begon, bij het Handelsblatt en zijn ontnuchterend bericht. Er verdwijnen wel veel routinebanen in de IT-sector, nuanceert het blad, maar tegelijk stijgt de behoefte aan hoogwaardige werkzaamheden.
En daar vind je niet altijd het geschikte personeel voor. Want ‘de hogescholen kunnen met de opleiding van zulke vaklieden niet volgen.’
En wij maar bouwvakkers en bandwerkers invoeren.
Vandaar de tweede voor de hand liggende vraag: wordt het niet eindelijk tijd om de arbeidsmigratie te reguleren, en ze af te stemmen op de reële behoeften? En is er geen nijpende behoefte aan een stringent algemeen migratiebeleid, eveneens afgestemd op de behoeften van het gastland én op zijn opnamecapaciteit?

Jos De Man
© 2005-2008 Filip De Man