Startpagina Fotogalerij   Info   Zoeken   Halle-Vilvoorde  
  Notities van mijn vader
  Nota's van mijn vader


In de greep van de ideologie

19.04.2007 08.29u - Van alle waandenkbeelden die de menselijke activiteit aandrijven is het multiculturalisme ongetwijfeld een der meest verderfelijke.

De multiculturele samenleving, gedefinieerd als een harmonische gemeenschap van culturen, is een utopie. Het hardnekkige geloof in dergelijke samenleving, die we het multiculturalisme zullen noemen, heeft met de katholieke leer en de Islam het kenmerk gemeen dat het zijn oorsprong vindt in de ontkenning van de realiteit. (Multiculturalisme, zoals gedefinieerd door zijn Noord-Amerikaanse aanhangers, is het geloof in een samenleving van culturen die elk hun eigenheid -gewoonten, gebruiken, maar ook wetten-, bewaren, - wat onvermijdelijk tot segregatie leidt -, terwijl in de Europese context meer de nadruk wordt gelegd op integratie ofte inburgering, die overigens dermate mislukt dat als vanzelf segregatie is ingetreden).

De godsdiensten zijn ontstaan uit de pijnlijke vaststelling van de menselijke sterfelijkheid. Daar het kennelijk te veel gevergd is daarin te berusten, verzonnen de hogepriesters, profeten, apostelen, of andere bevlogen figuren een ander bestaan, in een andere, paradijselijke wereld. Terwijl bij voorbeeld de Boeddhisten vertroosting zochten in het denkbeeld van de reïncarnatie, zodat men een tweede en misschien wel een derde kans krijgt op een ietwat fortuinlijker lot, maar daar verder geen bindende voorschriften aan verbonden, ging het in de monotheîstische religies heel anders toe. De opvatting, dat het verblijf in het tranendal slechts een overgangsfase is, werd onlosmakelijk gekoppeld aan een streng onderscheid tussen Goed en Kwaad, en een hele rist wetten, geboden en verboden, uitgevaardigd door de ene ware en almachtige God. Wie zich tijdens dit oponthoud gedraagt naar de voorschriften van door God de Vader of Allah de Barmhartige zelf aangestelde ceremoniemeesters, zal na zijn dood, die dan enkel betekent dat zijn ziel zich uit zijn stoffelijk omhulsel bevrijdt, deel hebben aan het eeuwige geluk. Het hoeft geen betoog dat de ontkenning van de dood, als definitief en onafwendbaar einde van het leven, op de primitieve, voorwetenschappelijke mens een diepe indruk heeft gemaakt, en dat de bedienaren van de diverse erediensten millennia lang gretig gebruik hebben gemaakt van het gezag dat zij genoten als spreekbuizen van de Almachtige om een aanzienlijke, en, in het geval van de Islam, quasi onbeperkte macht te verwerven, en dat niet alleen op spiritueel gebied.

De emancipatie van het Westen uit de omklemming van de religie is een lang en moeizaam proces van eeuwen geweest. De middeleeuwse nominalisten, Galileo, de filosofen van de Verlichting, Darwin, zijn slechts enkele van de markante denkers die de mens geleidelijk uit het religieuze keurslijf hebben bevrijd.

Hersenschimmen
Het verlangen naar een andere wereld is helaas een onuitroeibare aandoening van de menselijke geest. Nu in de westerse wereld de hoop op een verzaligd bestaan in het hiernamaals allengs als wierook was vervluchtigd, verhuisde de utopie naar het tranendal zelf. Enkele eerder onschuldige ontwerpen, zoals bedacht door o.m. Fourier of Saint-Simon, of de wilde anarchistische droom van een wereld zonder gezag, waren slechts schuchtere pogingen in vergelijking met de buitenissigheden die in de twintigste eeuw werden bedacht. De hersenschimmen van een klassenloze maatschappij, gefundeerd op het krankzinnige dogma van de absolute gelijkheid, of van een duizendjarig rijk beheerst door Uebermenschen, en geïnspireerd door de al even krankzinnige leer van de absolute ongelijkheid, werden geïncarneerd in de gruwelijkste verschrikkingen.

Uiteindelijk zegevierde de democratie, het bestel dat, in zijn onbeduimelde vorm, gekenmerkt wordt door het nauwkeurig tegen elkaar afwegen, binnen een natie, van uiteenlopende belangen, en het opheffen van tegenstellingen door altijd weer voorlopige, herroepelijke vergelijken. Uitgangspunt bij dit proces is dat het beleid wordt onderworpen aan de goedkeuring van het volk, dat is de groep mensen die op het grondgebied van de natie gevestigd zijn, en die met elkaar een cultuur, in de breedste zin van het woord, gemeen hebben, een levenswijze dus, gebruiken en gewoonten, een geschiedenis, een wetenschappelijke traditie, een esthetisch en technologisch erfgoed, economische en sociale belangen, en een ethische code, die wordt vastgelegd in wetten en reglementen en gegoten in omgangsvormen. Binnen die groep is op grond van al deze factoren in de loop der tijden een gevoel van verbondenheid ontstaan, dat de burgers inspireert tot een vreedzame, en beschaafde omgang met elkaar. Naar buiten toe wordt de democratie beschermd door haar grenzen.

Omdat de grenzen van naties niet door een redelijke indeling van het landschap maar door verovering, en dus door willekeur tot stand zijn gekomen, valt het niet zelden voor dat binnen een natie diverse groepen leven, die weliswaar een geschiedenis en een staatsvorm met elkaar delen, maar toch van elkaar verschillen, omdat ze een andere godsdienst belijden, een andere taal spreken, of de overtuiging zijn toegedaan dat zij tot een apart volk behoren. De spanning die door dergelijke stand van zaken wordt opgeroepen ontaardt wel eens tot handgemeen en wapengekletter, zoals in de afgelopen decennia in Noord-Ierland, het Spaanse Baskenland en het voormalige Joegoslavië.

De bloedige twisten in deze gebieden toonden aan hoe ook mensen die verder veel met elkaar gemeen hebben, toch de neiging vertonen met felheid de mate te benadrukken waarin zij van hun medeburgers verschillen, en dat verschil soms onderstrepen met onredelijke eisen en destructief gedrag.

Hoeveel hachelijker is dan de situatie wanneer het territorium wordt overspoeld door nieuwkomers, die met zijn ingezetenen niets gemeen van wat in brede zin onder cultuur wordt verstaan. Dit is sedert vier decennia het geval in geheel West-Europa.

Subproletariaat
De nimmer aflatende toestroom van veelal kansloze allochtonen confronteert het continent met vrijwel onoplosbare problemen, zoals sterk toegenomen criminaliteit, massale werkloosheid onder de migranten, verloedering van de grote steden, en geleidelijke islamisering. Door de demografische evolutie en de ongeremde immigratie winnen deze tendensen elk jaar aan kracht. Deze realiteit wordt door de nationale en Europese overheden ontkend of verdrongen. Zij zien niet of willen niet zien wat zich voor hun ogen afspeelt.Zij laten hun beleid bepalen, niet door nuchtere observatie en het algemene belang, maar door waanbeelden zoals het multiculturalisme en de integratie.

Naïeve zielen die na de catastrofes van de twintigste eeuw nog steeds hardnekkig geloven in de maakbaarheid van de wereld en van de mens, streven deze “idealen” na. Gewezen marxisten hebben het eigen proletariaat naar de schroothoop der geschiedenis verwezen (‘eigen’ is vies) en vervangen door een subproletariaat uit de Afrikaanse wouden en woestijnen. De ‘progressieve’ leiders die in Europa het schoon weer maken, wenden voor multiculturele geloof aan te kleven. Hun motieven variëren van electoraal eigenbelang, tot statusverhoging – een ministerschap wordt gezien als een opstapje naar de Europese of internationale bureaucratie - en dienstbaarheid aan de ware meesters van de wereld, financiers en grootindustriëlen, die weinig heil zien in sterke naties en mondige volkeren, maar met welgevallen de massale volksverhuizingen gadeslaan, die sociale verbanden ontwrichten, de weerbaarheid van de burgers aantasten en hen langzaam maar zeker recycleren tot een gewillig arbeidsreservoir.

In de landen met een democratische traditie gaat dit niet zonder slag of stoot. Dus grijpt de ‘elite’ naar het krachtigste wapen: de ideologie. Waarom is dat wapen zo krachtig? Omdat het, net als de godsdienst, voor de gelovige een wapenschild is, een bescherming tegen de vele onzekerheden van het bestaan. Ideologie werkt bij de gratie van een illusie, de illusie van de geborgenheid in een machtige groep van gelijkgestemden. Zij verschaft bovendien het weldadige gevoel van morele verhevenheid boven het ‘gewone’ volk, dat niet wil beseffen met welke weldaden, vaak omschreven als ‘ verrijking’, het wordt overladen En aangezien zij boven alle twijfel verheven is, en geen onderwerp kan vormen voor een open debat, mondt de ideologie als vanzelfsprekend uit in het verbod op afwijkende meningen.

Fanaten
Want de ontkenning van de realiteit door zowel aanhangers van het katholicisme en de Islam, als door adepten van het multiculturele geloof, hangt nauw samen met een tweede gemeenschappelijk kenmerk: de onwankelbare overtuiging van het eigen gelijk. Beide groepen hebben de Waarheid in pacht. Dat betekent onvermijdelijk dat elke andere mening als een dwaling wordt gebrandmerkt. De dwalende wordt als ketter gebrandmerkt en uit de gemeenschap der gelovigen gestoten. In katholieke kring behoort deze onwelvoeglijke behandeling van de andersdenkende medemens gelukkig tot een duister verleden. Onder Islamieten, en onder politiek correcte weldenkenden is zij nog steeds aan de orde. De eersten beroept zich op de Koran die voorschrijft dat ongelovigen onderworpen horen te worden, en afvalligen terechtgesteld. De tweede categorie fanaten beperkt er zich voorlopig toe degenen te beschimpen, te criminaliseren en de mond te snoeren die het wagen haar standpunten te bestrijden, of ook maar kritisch te onderzoeken.

Kritisch onderzoek en religie verdragen elkaar immers niet. Terwijl het vrije woord zichzelf voortdurend in vraag stelt, staat het Woord van de Kerk als een paal boven water. De pastoor leest het evangelie voor en de kudde roept in koor: Amen! Op dezelfde wijze herhalen de gezagsgetrouwe media jaar in jaar uit dezelfde multiculturele mantra.

Terwijl de onafhankelijke burger zich rekenschap geeft van de wisselvalligheid en de complexiteit van de verhoudingen in de wereld, en al best tevreden is wanneer hij voor de meest dringende problemen een voorlopige, gedeeltelijke, pragmatische oplossing kan bedenken, hoeven de aanhangers van het multiculturalisme zich nergens zorgen over te maken. Ze onderstrepen het zelf vaak genoeg: de multiculturele maatschappij is een feit. Ze hebben er ook niks voor hoeven te doen. Een beleid van laisser faire, laisser passer volstond om Europa vol te stouwen met vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende ethnieën. Meer hoeft dat niet te wezen voor wie blind, doof, naïef of doortrapt genoeg is om zich over deze situatie te verheugen. Hoe zou men zich nog inlaten met pragmatisch beleid wanneer de dageraad van de utopie alweer aan de einder gloort. Alsof de twintigste eeuw met haar catastrofes van het gelijkheidsdenken nooit had plaats gegrepen, put men zich wederom uit in optimistisch taalgebruik. Solidariteit, respect, broederlijkheid, menslievendheid, de utopist heeft het allemaal in de aanbieding, en het kost hem geen cent.

Dat zijn samenleving wordt ontwricht, zijn democratie bedreigd, zijn beschaving uitgehold, laat hem Siberisch koud. Aan observatie en analyse heeft hij een broertje dood. Hij gelooft immers in de almacht van het Woord. Hij roept ‘multicultuur’ of ‘intercultuur’ en zie, als bij toverslag worden we allemaal verrijkt. Hij toetert op de integratietrompet en de tegenstellingen tussen de bevolkingsgroepen storten even fluks neer als de muren van Jericho. Hij roept ‘discriminatie’, en wie het niet met hem eens is, verandert plotsklaps in een crimineel. Krachtens zijn onaantastbaar moreel evenwicht hanteert hij de balans van goed en kwaad.

Het vergt nauwelijks enige inspanning het onmogelijke te prediken. Wie de confrontatie met het waarschijnlijke durft aan te gaan, staat voor een veel ingewikkelder opdracht. Hij moet observeren, analyseren, vergelijken, afwegen, en bijstellen. Deze pragmatist staat met beide voeten in de weerbarstige werkelijkheid. Hij is de ware voorstander van een ‘open samenleving’ dit is een politiek bestel waar alle problemen kunnen besproken worden, en alle opvattingen aan bod komen, zonder taboe, zonder censuur, zonder afdreiging en zonder Berufsverbot.

Bevrijding uit politieke, economische, sociale en ideologische keurslijven is een ware Sisyphusarbeid. De vrijheid van meningsuiting, die sowieso in de meeste landen nooit heeft bestaan, moet elke dag weer opnieuw veroverd worden in een onophoudelijke strijd tegen de moraalridders en hun opdrachtgevers.

Jos De Man


25.08.2008 .......  Patrick verzet de bakens
06.06.2008 .......  Veilig Nederland
30.05.2008 .......  Campagne
29.03.2008 .......  De stralende toekomst van Darfoer
27.03.2008 .......  Provocatie
02.02.2008 .......  Spijt

 Archief


In de greep van de ideologie

02.02.2008 17.35u - Van alle waandenkbeelden die de menselijke activiteit aandrijven is het multiculturalisme ongetwijfeld een der meest verderfelijke.

De multiculturele samenleving, gedefinieerd als een harmonische gemeenschap van culturen, is een utopie. Het hardnekkige geloof in dergelijke samenleving, die we het multiculturalisme zullen noemen, heeft met de katholieke leer en de Islam het kenmerk gemeen dat het zijn oorsprong vindt in de ontkenning van de realiteit. (Multiculturalisme, zoals gedefinieerd door zijn Noord-Amerikaanse aanhangers, is het geloof in een samenleving van culturen die elk hun eigenheid -gewoonten, gebruiken, maar ook wetten-, bewaren, - wat onvermijdelijk tot segregatie leidt -, terwijl in de Europese context meer de nadruk wordt gelegd op integratie ofte inburgering, die overigens dermate mislukt dat als vanzelf segregatie is ingetreden).

De godsdiensten zijn ontstaan uit de pijnlijke vaststelling van de menselijke sterfelijkheid. Daar het kennelijk te veel gevergd is daarin te berusten, verzonnen de hogepriesters, profeten, apostelen, of andere bevlogen figuren een ander bestaan, in een andere, paradijselijke wereld. Terwijl bij voorbeeld de Boeddhisten vertroosting zochten in het denkbeeld van de reïncarnatie, zodat men een tweede en misschien wel een derde kans krijgt op een ietwat fortuinlijker lot, maar daar verder geen bindende voorschriften aan verbonden, ging het in de monotheîstische religies heel anders toe. De opvatting, dat het verblijf in het tranendal slechts een overgangsfase is, werd onlosmakelijk gekoppeld aan een streng onderscheid tussen Goed en Kwaad, en een hele rist wetten, geboden en verboden, uitgevaardigd door de ene ware en almachtige God. Wie zich tijdens dit oponthoud gedraagt naar de voorschriften van door God de Vader of Allah de Barmhartige zelf aangestelde ceremoniemeesters, zal na zijn dood, die dan enkel betekent dat zijn ziel zich uit zijn stoffelijk omhulsel bevrijdt, deel hebben aan het eeuwige geluk. Het hoeft geen betoog dat de ontkenning van de dood, als definitief en onafwendbaar einde van het leven, op de primitieve, voorwetenschappelijke mens een diepe indruk heeft gemaakt, en dat de bedienaren van de diverse erediensten millennia lang gretig gebruik hebben gemaakt van het gezag dat zij genoten als spreekbuizen van de Almachtige om een aanzienlijke, en, in het geval van de Islam, quasi onbeperkte macht te verwerven, en dat niet alleen op spiritueel gebied.

De emancipatie van het Westen uit de omklemming van de religie is een lang en moeizaam proces van eeuwen geweest. De middeleeuwse nominalisten, Galileo, de filosofen van de Verlichting, Darwin, zijn slechts enkele van de markante denkers die de mens geleidelijk uit het religieuze keurslijf hebben bevrijd.

Hersenschimmen
Het verlangen naar een andere wereld is helaas een onuitroeibare aandoening van de menselijke geest. Nu in de westerse wereld de hoop op een verzaligd bestaan in het hiernamaals allengs als wierook was vervluchtigd, verhuisde de utopie naar het tranendal zelf. Enkele eerder onschuldige ontwerpen, zoals bedacht door o.m. Fourier of Saint-Simon, of de wilde anarchistische droom van een wereld zonder gezag, waren slechts schuchtere pogingen in vergelijking met de buitenissigheden die in de twintigste eeuw werden bedacht. De hersenschimmen van een klassenloze maatschappij, gefundeerd op het krankzinnige dogma van de absolute gelijkheid, of van een duizendjarig rijk beheerst door Uebermenschen, en geïnspireerd door de al even krankzinnige leer van de absolute ongelijkheid, werden geïncarneerd in de gruwelijkste verschrikkingen.

Uiteindelijk zegevierde de democratie, het bestel dat, in zijn onbeduimelde vorm, gekenmerkt wordt door het nauwkeurig tegen elkaar afwegen, binnen een natie, van uiteenlopende belangen, en het opheffen van tegenstellingen door altijd weer voorlopige, herroepelijke vergelijken. Uitgangspunt bij dit proces is dat het beleid wordt onderworpen aan de goedkeuring van het volk, dat is de groep mensen die op het grondgebied van de natie gevestigd zijn, en die met elkaar een cultuur, in de breedste zin van het woord, gemeen hebben, een levenswijze dus, gebruiken en gewoonten, een geschiedenis, een wetenschappelijke traditie, een esthetisch en technologisch erfgoed, economische en sociale belangen, en een ethische code, die wordt vastgelegd in wetten en reglementen en gegoten in omgangsvormen. Binnen die groep is op grond van al deze factoren in de loop der tijden een gevoel van verbondenheid ontstaan, dat de burgers inspireert tot een vreedzame, en beschaafde omgang met elkaar. Naar buiten toe wordt de democratie beschermd door haar grenzen.

Omdat de grenzen van naties niet door een redelijke indeling van het landschap maar door verovering, en dus door willekeur tot stand zijn gekomen, valt het niet zelden voor dat binnen een natie diverse groepen leven, die weliswaar een geschiedenis en een staatsvorm met elkaar delen, maar toch van elkaar verschillen, omdat ze een andere godsdienst belijden, een andere taal spreken, of de overtuiging zijn toegedaan dat zij tot een apart volk behoren. De spanning die door dergelijke stand van zaken wordt opgeroepen ontaardt wel eens tot handgemeen en wapengekletter, zoals in de afgelopen decennia in Noord-Ierland, het Spaanse Baskenland en het voormalige Joegoslavië.

De bloedige twisten in deze gebieden toonden aan hoe ook mensen die verder veel met elkaar gemeen hebben, toch de neiging vertonen met felheid de mate te benadrukken waarin zij van hun medeburgers verschillen, en dat verschil soms onderstrepen met onredelijke eisen en destructief gedrag.

Hoeveel hachelijker is dan de situatie wanneer het territorium wordt overspoeld door nieuwkomers, die met zijn ingezetenen niets gemeen van wat in brede zin onder cultuur wordt verstaan. Dit is sedert vier decennia het geval in geheel West-Europa.

Subproletariaat
De nimmer aflatende toestroom van veelal kansloze allochtonen confronteert het continent met vrijwel onoplosbare problemen, zoals sterk toegenomen criminaliteit, massale werkloosheid onder de migranten, verloedering van de grote steden, en geleidelijke islamisering. Door de demografische evolutie en de ongeremde immigratie winnen deze tendensen elk jaar aan kracht. Deze realiteit wordt door de nationale en Europese overheden ontkend of verdrongen. Zij zien niet of willen niet zien wat zich voor hun ogen afspeelt.Zij laten hun beleid bepalen, niet door nuchtere observatie en het algemene belang, maar door waanbeelden zoals het multiculturalisme en de integratie.

Naïeve zielen die na de catastrofes van de twintigste eeuw nog steeds hardnekkig geloven in de maakbaarheid van de wereld en van de mens, streven deze “idealen” na. Gewezen marxisten hebben het eigen proletariaat naar de schroothoop der geschiedenis verwezen (‘eigen’ is vies) en vervangen door een subproletariaat uit de Afrikaanse wouden en woestijnen. De ‘progressieve’ leiders die in Europa het schoon weer maken, wenden voor multiculturele geloof aan te kleven. Hun motieven variëren van electoraal eigenbelang, tot statusverhoging – een ministerschap wordt gezien als een opstapje naar de Europese of internationale bureaucratie - en dienstbaarheid aan de ware meesters van de wereld, financiers en grootindustriëlen, die weinig heil zien in sterke naties en mondige volkeren, maar met welgevallen de massale volksverhuizingen gadeslaan, die sociale verbanden ontwrichten, de weerbaarheid van de burgers aantasten en hen langzaam maar zeker recycleren tot een gewillig arbeidsreservoir.

In de landen met een democratische traditie gaat dit niet zonder slag of stoot. Dus grijpt de ‘elite’ naar het krachtigste wapen: de ideologie. Waarom is dat wapen zo krachtig? Omdat het, net als de godsdienst, voor de gelovige een wapenschild is, een bescherming tegen de vele onzekerheden van het bestaan. Ideologie werkt bij de gratie van een illusie, de illusie van de geborgenheid in een machtige groep van gelijkgestemden. Zij verschaft bovendien het weldadige gevoel van morele verhevenheid boven het ‘gewone’ volk, dat niet wil beseffen met welke weldaden, vaak omschreven als ‘ verrijking’, het wordt overladen En aangezien zij boven alle twijfel verheven is, en geen onderwerp kan vormen voor een open debat, mondt de ideologie als vanzelfsprekend uit in het verbod op afwijkende meningen.

Fanaten
Want de ontkenning van de realiteit door zowel aanhangers van het katholicisme en de Islam, als door adepten van het multiculturele geloof, hangt nauw samen met een tweede gemeenschappelijk kenmerk: de onwankelbare overtuiging van het eigen gelijk. Beide groepen hebben de Waarheid in pacht. Dat betekent onvermijdelijk dat elke andere mening als een dwaling wordt gebrandmerkt. De dwalende wordt als ketter gebrandmerkt en uit de gemeenschap der gelovigen gestoten. In katholieke kring behoort deze onwelvoeglijke behandeling van de andersdenkende medemens gelukkig tot een duister verleden. Onder Islamieten, en onder politiek correcte weldenkenden is zij nog steeds aan de orde. De eersten beroept zich op de Koran die voorschrijft dat ongelovigen onderworpen horen te worden, en afvalligen terechtgesteld. De tweede categorie fanaten beperkt er zich voorlopig toe degenen te beschimpen, te criminaliseren en de mond te snoeren die het wagen haar standpunten te bestrijden, of ook maar kritisch te onderzoeken.

Kritisch onderzoek en religie verdragen elkaar immers niet. Terwijl het vrije woord zichzelf voortdurend in vraag stelt, staat het Woord van de Kerk als een paal boven water. De pastoor leest het evangelie voor en de kudde roept in koor: Amen! Op dezelfde wijze herhalen de gezagsgetrouwe media jaar in jaar uit dezelfde multiculturele mantra.

Terwijl de onafhankelijke burger zich rekenschap geeft van de wisselvalligheid en de complexiteit van de verhoudingen in de wereld, en al best tevreden is wanneer hij voor de meest dringende problemen een voorlopige, gedeeltelijke, pragmatische oplossing kan bedenken, hoeven de aanhangers van het multiculturalisme zich nergens zorgen over te maken. Ze onderstrepen het zelf vaak genoeg: de multiculturele maatschappij is een feit. Ze hebben er ook niks voor hoeven te doen. Een beleid van laisser faire, laisser passer volstond om Europa vol te stouwen met vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende ethnieën. Meer hoeft dat niet te wezen voor wie blind, doof, naïef of doortrapt genoeg is om zich over deze situatie te verheugen. Hoe zou men zich nog inlaten met pragmatisch beleid wanneer de dageraad van de utopie alweer aan de einder gloort. Alsof de twintigste eeuw met haar catastrofes van het gelijkheidsdenken nooit had plaats gegrepen, put men zich wederom uit in optimistisch taalgebruik. Solidariteit, respect, broederlijkheid, menslievendheid, de utopist heeft het allemaal in de aanbieding, en het kost hem geen cent.

Dat zijn samenleving wordt ontwricht, zijn democratie bedreigd, zijn beschaving uitgehold, laat hem Siberisch koud. Aan observatie en analyse heeft hij een broertje dood. Hij gelooft immers in de almacht van het Woord. Hij roept ‘multicultuur’ of ‘intercultuur’ en zie, als bij toverslag worden we allemaal verrijkt. Hij toetert op de integratietrompet en de tegenstellingen tussen de bevolkingsgroepen storten even fluks neer als de muren van Jericho. Hij roept ‘discriminatie’, en wie het niet met hem eens is, verandert plotsklaps in een crimineel. Krachtens zijn onaantastbaar moreel evenwicht hanteert hij de balans van goed en kwaad.

Het vergt nauwelijks enige inspanning het onmogelijke te prediken. Wie de confrontatie met het waarschijnlijke durft aan te gaan, staat voor een veel ingewikkelder opdracht. Hij moet observeren, analyseren, vergelijken, afwegen, en bijstellen. Deze pragmatist staat met beide voeten in de weerbarstige werkelijkheid. Hij is de ware voorstander van een ‘open samenleving’ dit is een politiek bestel waar alle problemen kunnen besproken worden, en alle opvattingen aan bod komen, zonder taboe, zonder censuur, zonder afdreiging en zonder Berufsverbot.

Bevrijding uit politieke, economische, sociale en ideologische keurslijven is een ware Sisyphusarbeid. De vrijheid van meningsuiting, die sowieso in de meeste landen nooit heeft bestaan, moet elke dag weer opnieuw veroverd worden in een onophoudelijke strijd tegen de moraalridders en hun opdrachtgevers.

Jos De Man
© 2005-2008 Filip De Man