Karel Dillen
28.04.2007 07.33u - Op het (mini)secretariaat aan de Schipperijkaai in Brussel sprak ik hem voor het eerst. Het moet 1987 geweest zijn. Karel Dillen ontving me niet onvriendelijk, maar bleef zoals steeds vrij gereserveerd. Eigenlijk was hij geen politicus van nature, slechts een grote gedrevenheid bracht hem ertoe te zetelen in de ‘praatbarak’.
De nodige mensenkennis en een gezond wantrouwen maakten van hem wel de gepaste man om ‘de tocht door de woestijn te leiden’. Praatjesmakers en andere onbetrouwbare sujetten heb ik in de jaren daarna met bosjes zien buitenvliegen. Karel Dillen kon hard zijn, één van zijn uitverkoren gezegden was: “De honden blaffen, de karavaan trekt voorbij”.
Feilloze inzichten koppelde hij aan een indrukwekkende eruditie.
Hij was ouderwets, maar wist eind tachtiger jaren een ploeg jonge beloften alle kansen te geven.
Het indrukwekkendst vond ik hem toen hij aan Frank Vanhecke de fakkel doorgaf, met de boodschap om pitbull te blijven en nooit te buigen voor het regime.
Karel Dillen wist verdomd goed wat hij toen deed.
Hij was een gentleman, met een sterk karakter en een onverzettelijke wil.
Noot: gisteren reeds de eerste commentaren gehoord na het overlijden. Eén zuurpruim stelde dat de huidige partij de juiste lijn uit de beginjaren verlaten heeft door "te veel aandacht voor het vreemdelingenprobleem". Welnu: toen Karel Dillen de partij in 1977 stichtte, waren er nauwelijks immigranten in dit land en werd daar inderdaad minder aandacht aan besteed. Naarmate het Belgisch regime steeds meer niet-Europese vreemdelingen toeliet, kwam dit probleem logischerwijze meer op de voorgrond. Met het akkoord van voorzitter Dillen.
|